De paragrafen

Paragraaf 1 Lokale heffingen

Paragraaf 1 Lokale heffingen

In de paragraaf Lokale heffingen bieden wij inzicht in het beleidskader rond de lokale heffingen, de soorten heffingen, de tarief- en kostenontwikkeling, de lokale lastendruk en het kwijtscheldingsbeleid.

In december 2022 stelt de gemeenteraad de tarieven vast met ingang van 1 januari 2023. Naast de voorgestelde prijsindexering van 1,9% (conform prijsmutatie van het Bruto Binnenlands Product in
septembercirculaire 2021) worden ook wijzigingen in wet- en regelgeving in de verordeningen verwerkt. Uitzondering hierop is de rioolheffing die (zoals aangekondigd in de Kaderbrief 2023) niet verhoogd wordt met de prijsindex.

Perceptiekosten
De lasten van de DVO Belastingsamenwerking worden doorberekend op basis van het aantal bezwaren/beroepen en aanslagregels. Voor de berekening wordt het totaalbedrag van de belastingsamenwerking verminderd met de kosten voor bezwaren/beroepen per gemeente. Het restant wordt op basis van het aantal aanslagregels verdeeld.

BTW-Compensatiefonds
De gemeente mag bij bepaling van de kostendekkendheid de geraamde BTW meenemen (op basis van artikel 229b, lid 2b Gemeentewet ). De reden hiervan is dat vóór de invoering van het BTW-compensatiefonds (BCF) dit ook toegestaan was en de gemeente bij de invoering van het BTW-compensatiefonds anders een niet bedoeld inkomstenverlies zou hebben geleden.
Het BTW-compensatiefonds wordt gevoed vanuit het Gemeentefonds. Vanuit het Gemeentefonds heeft dus al een verlaging van de Algemene Uitkering plaatsgevonden. De in het tarief betrokken compensabele BTW vormt dus een vergoeding van inkomensverlies veroorzaakt door de verlaging van het gemeentefonds door de uitname van de compensabele BTW.

Deze pagina is gebouwd op 10/07/2022 16:58:49 met de export van 10/05/2022 12:28:26